Op het moment doe ik onderzoek naar verhoren in de Bijzondere Rechtspleging (naoorlogse bestraffing van collaboratie). De processen-verbaal van die verhoren zijn heel interessante, maar ook verraderlijke bronnen. Hieronder zie je een voorbeeld.
De verdachte die aan het woord is, lijkt zowel dichtbij als ver weg. Dichtbij omdat zijn woorden in eerste persoon enkelvoud zijn weergegeven en we hem zo bijna ‘horen’ spreken. En ver weg omdat de gestelde vragen onzichtbaar zijn en de verhoorder de woorden van de verdachte heeft vervormd.
Historica Arlette Farge heeft heel mooi geschreven over dit probleem in Le goût des archives/The allure of the archives. Rechtbank- en politiebronnen geven volgens haar de lezer het naïeve maar grondige gevoel dat je een sluier wegtrekt van het verleden. Maar is dat gevoel terecht?
Feb 2, 2026 09:26